“In Staphorst zal je niet zo snel gelukkige mensen aantreffen.” – een interview met theoloog Pieter Dronkers

Sinds Vloeken in de Kerk in 2016 onderdak vond in de Utrechtse Geertekerk, is Pieter Dronkers – destijds predikant in de kerk – nauw bij ons gezelschap betrokken. In deze bevlogen theoloog vinden wij een fijne sparring-partner voor ons werk, dat losjes leunt op de christelijke traditie. Ter voorbereiding op de komende dienst vertelde Pieter ons alles over de plaats van het thema geluk binnen de christelijke traditie en wat we daarvan kunnen leren.

Voor onze komende theatrale dienst gaan wij op zoek gaan naar de betekenis van geluk in ‘de christelijke traditie’. Waar bestaat die traditie uit?

De christelijke traditie bestaat uit alles en iedereen die zich op de een of andere manier verhoudt tot Jezus uit Nazareth. Iedereen die zich dus verhoudt tot wat die Joodse man tweeduizend jaar geleden gezegd en gedaan heeft. Zowel in positieve als in negatieve zin. Om die reden zou je kunnen zeggen dat bijvoorbeeld Nederland nog steeds een christelijk land is. Het Christendom heeft dit land mede vorm gegeven en Jezus is daarin een centrale figuur. Het zal nog wel een tijdje duren voordat dit helemaal is uitgewerkt. Jezus is in de christelijke visie de Messias, ‘de gezalfde’, in het Grieks: de Christus. In de christelijke traditie wordt de bijbel steeds gelezen met het verhaal van Jezus in het achterhoofd.

Welke rol speelt ‘geluk’ in die christelijke traditie?

In de christelijke traditie gaat het eigenlijk nauwelijks over geluk en is het zeker geen doel op zich. Voor geluk moet je bij de Griekse filosofen zijn. Daar gaat het over ‘eudemonia’, het in een goede spirit zijn. Eu is goed en Daimon is geest. Goed van geest zijn dus. Eudemonia is in de Grieks filosofische traditie het idee dat een goed leven vooral een deugdzaam leven is. Een leven waarin je als mens kunt bloeien. Daar heb je de deugden voor nodig maar dit is dus vooral een Griekse manier van redeneren. Volgens de Grieken is de manier om maximaal te bloeien als mens, je ratio ontwikkelen. De Grieken betoogden dat een mens, als hij zich op deze manier kon ontwikkelen met de deugden als leidraad, een gelukkig leven zou kunnen leiden.

 

Die manier van denken zat in eerste instantie helemaal niet in de christelijke traditie. Jezus zegt dat als mensen keuzes maken die niet goed zijn (zonde), ze op zoek moeten gaan naar vergeving en hun leven moeten beteren. Tuurlijk gaat het in de Bijbel soms wel over geluk, maar dan vooral als een emotie, oftewel een psychische staat van zijn. Mensen die iets moois meemaken en zich dan dus gelukkig voelen. Maar die vorm van geluk vervaagt al snel en dan sta je met lege handen. Uiteindelijk gaat het vooral om zoeken naar vergeving en een ander pad kiezen. Een goed leven is een zuiver leven. Niet een gelukkig leven.

Die Griekse eudemonia-gedachte bleek echter zo krachtig dat die al snel de christelijke traditie binnengeslopen is en ook binnen het christendom werd een gelukkig, gebalanceerd leven langzaam een doel op zich, hoewel het echte geluk dan nog steeds te vinden was in het hiernamaals niet in het hier en nu. Het ware geluk vind je pas als je wordt opgenomen in de hemel. Het hoogste wat de mens in deze gedachte hier op aarde kan bereiken is een leven van contemplatie. Leven in bezinning, het kloosterleven. Deze manier van leven - God voortdurend lof toezingen - is het dichtste wat een mens op aarde in de buurt kan komen bij het leven in de hemel en dus bij geluk. Dit staat nogal ver af van de zoektocht naar een gelukkig leven waar iedereen tegenwoordig mee bezig lijkt te zijn.

Als het gaat om het afzien van geluk, spant mijn eigen, protestantse traditie misschien wel de kroon. Het gaat er om een zo goed en zo deugdzaam mogelijk leven te leiden waarin je eigenlijk vooral niet mag genieten van het leven. In het hier en nu probeer je zo zuiver mogelijk te leven in de korte tijd die je hebt, zodat je na je dood kunt genieten van het hiernamaals. Max Weber [de grondlegger van de sociologie, red.] verbindt deze manier van denken aan het ontstaan van het kapitalisme. Het investeren in de toekomst. Alles wat je verdient wegzetten omdat je er in het hier en nu niet van mag genieten. Het gaat om keihard werken: een diepte-investering, waarvan je nooit zeker weet of die zich ooit uitbetaalt. In christelijke termen: geloven, bidden en jezelf alles ontzeggen, in de hoop dat je uiteindelijk uitverkoren bent. In Staphorst zal je dus niet zo snel gelukkige mensen aantreffen.

Maar in de bijbel zijn wel verhalen te vinden die iets vertellen over geluk.

Ja, maar dat gaat dan dus vooral over geluk als emotie, als een soort gelukzaligheid: een staat van zijn. Ik denk bijvoorbeeld aan de verhalen over Adam en Eva. Het paradijs waar ze wonen wordt in de Bijbel beschreven als een Perzische tuin waar Adem en Eva als een soort tuinman en –vrouw hun dagen slijten. Dat is toch wel een heel mooi, gelukzalig beeld. Maar van geluk kun je alleen maar genieten als je ook weet wat er zich buiten de tuin afspeelt, zou je kunnen zeggen. In mijn opvatting was Eva toen ze een hap van de appel nam vooral ook heel nieuwsgierig. Ze wilde nieuwe werelden verkennen. Daar zit ook een hoop geluk in verstopt misschien. Geluk kun je alleen maar genieten als je ook weet wat er buiten je eigen wereld te vinden is.

Zijn er meer van dat soort voorbeelden te geven?

Als het gaat over die gelukzaligheid, is er ook een verhaal over koning David die op een gegeven moment de ark van het verbond tussen God en het Joodse volk naar Jeruzalem brengt en daardoor zo gelukkig en blij is dat hij dansend en half naakt voor de feeststoet uit beweegt in een soort opperste staat van gelukzaligheid. Zijn vrouw Michal vindt dat haar man hierin te ver is gegaan en zich te veel had laten gaan. In de volgende zin staat dat Michal de rest van haar leven kinderloos zou blijven. Scepsis tegenover geluk lijkt dus te worden bestraft, zou je kunnen zeggen.

De bijbel staat verder ook vol met verhalen over familiegeluk of het ontbreken daarvan. Bijvoorbeeld het verhaal van de oude Sarah die op late leeftijd alsnog een kind krijgt en daar dan enorm gelukkig mee is. In het tweede of nieuwe testament spreekt mij vooral het beeld van het laatste avondmaal erg aan. Een hele dubbele maaltijd, waar Jezus voor het laatst met zijn vrienden aan tafel gaat, maar waar tegelijkertijd ook het verraad van Judas op de loer ligt. Er ligt opnieuw een addertje onder het gras dus. Maar het avondmaal zelf, het samenzijn vind ik een heel mooi, sereen en gelukzalig beeld.

Voor mij is het vieren van Pasen ook echt een viering van het geluk van een nieuwe morgen. De mogelijkheid van nieuw leven. Dat is een mooi beeld, dat je altijd opnieuw kan beginnen. De mogelijkheid van een nieuw leven, dat het lente wordt en dat het weer de goeie kant op gaat.

Kúnnen we geluk dan wel nastreven door ons te focussen op christelijke waarden als naastenliefde en onbaatzuchtigheid?

Als je onbaatzuchtig bent word je niet perse gelukkiger. Het beeld van genade of een hemel is nodig om een tegenwicht te bieden tegen al te veel onbaatzuchtigheid. Als je jezelf verliest in onbaatzuchtigheid heb je op een gegeven moment niets meer om uit te delen. Je kunt bijdragen aan die groei door een goed leven te leiden maar je moet deze groei wel zelf kunnen zien. Hetzelfde geld voor naastenliefde. Als je je alleen maar kan focussen op naastenliefde en niet op samenliefde, en je het dus niet kunt delen, word je ook niet gelukkig. Ik weet ook nooit zo goed wat mensen bedoelen als ze zeggen dat ze gelukkig willen zijn? Het idee dat je in een soort voortdurende vorm van extase kunt verkeren zoals koning David lijkt me niet erg realistisch, al klink ik dan misschien een beetje als Michal. Mensen zouden zichzelf tot taak moeten stellen een wat meer geaard en realistisch beeld van geluk na te streven. Het leven kan soms ook gewoon heel naar zijn, dat zal je toch ook moeten integreren in je definitie van wat je eigenlijk wilt in het leven. Het probleem is dat dit hele moderne streven naar geluk voor een deel ook door de industrie wordt aangejaagd. Geluk lijkt vaak samen te vallen met zoveel mogelijk consumeren. Het bedrijfsleven heeft natuurlijk een groot belang bij het promoten van het idee dat je geluk gewoon kunt inkopen.

Kunnen we dan wel iets van de christelijke traditie leren op het gebied van geluk?

De opdracht om een realistisch beeld van de hemel, oftewel ‘het goede leven’ te formuleren voor jezelf. Een realistisch beeld van geluk zou je dus kunnen zeggen. De christelijke traditie is ook een  belangrijke kritiek op het consumentisme, een soort vaccin tegen oppervlakkig consumentengeluk. Voor oudere generaties was de christelijke traditie dat zeker: een vorm van zekerheid en richting waar bijvoorbeeld ook gemeenschap en een sobere levensstijl heel erg bij hoorde. Het is in deze tijd heel moeilijk om op deze manier op te groeien, je krijgt altijd wel iets mee van het consumentisme via media of vrienden. Je kunt je hier niet voor afsluiten.

Wat ik op zondag altijd probeerde, toen ik nog dominee was, was vragen stellen bij dit soort culturele obsessies. Er is altijd goedkoop heil geweest, ook in de christelijke traditie. Even biechten om weer vrolijk door te kunnen is in die zin hetzelfde als even naar de H&M voor een shotje geluk dankzij een nieuw t-shirt. De geluksindustrie van instant geluk is een makkelijke manier om na te denken over geluk. Maar je kunt je bezoek aan de H&M ook onderdeel maken van een breder beeld van wie je bent in de wereld en wat daar allemaal bij hoort aan kleding. En dan kies je misschien voor een heel andere kooppatroon. Geluk kost moeite. Maar nu klink ik misschien wel heel erg protestants!