Interview met onze nieuwe eindregisseur Audrey Bolder

De eindregie van Op zoek naar geluk #2: in therapie bij de filosofie wordt gedaan door niemand minder dan Audrey Bolder. Om haar gelijk wat beter te leren kennen, stelde Freya Reinders haar haar een aantal vragen.

Wat ga je doen bij Vloeken In De Kerk?
“Ze hebben mij gevraagd om de eindregie te doen voor dit jaar. Wat ik heel leuk vind want op het moment dat ik erbij kom dan is er al heel veel. Ik vind dat een cadeautje, dan krijg ik allemaal materiaal te zien van jonge makers en daar mag ik dan dingen over zeggen."

Voelt het voor jou dan wel alsof je nog iets kan toevoegen als regisseur?
“Je kan altijd iets toevoegen, hoe klein of groot ook. Ik zie mezelf als een soort middel om de voorstelling zo optimaal mogelijk te krijgen. Er moet een zo goed mogelijke voorstelling komen en of ik daar voor zorg of iemand anders, daar gaat het niet om.”  

Dus het gaat niet om jouw ego?
“Nee. Dat vind ik ook zo lekker dat ik dat heb ontdekt. Ik heb ook een ego natuurlijk maar sinds ik dat wat meer los kan laten, levert dat veel ruimte op. Ik hoef niet zo per se mijn stempel te drukken maar wat ik wel wil is het optimale uit de makers halen. Hoe ik met de mensen omga met wie ik werk is denk ik kenmerkend voor mijn manier van werken.”

Hoe ga jij te werk?
“Ik vind het zelf altijd heel fijn om als beginpunt al het materiaal te zien en te horen en daarna te monteren. Bij nieuw materiaal zie en hoor ik gelijk verschillende mogelijkheden, de spanningsboog, het inspireert me. Ik ben dan ook heel benieuwd naar het persoonlijke verhaal van de makers.”

Kun je wat meer vertellen over geloof in je leven?
“Ik kom uit een katholiek nest uit de achterhoek, grote familie, elke zondag naar de kerk, heel klassiek. Het was verplicht. Er was überhaupt geen discussie mogelijk over het geloof. Dat begon me, zeker in mijn pubertijd, tegen te staan. Ik had vragen en toen ben ik me gaan afzetten. Op mijn zestiende is het me, samen met mijn broer, gelukt om daarmee te breken. We gingen niet meer. Dat was een klein drama thuis. Vooral mijn moeder vond dat heel erg.”

Vind je het belangrijk dat er gesprek mogelijk is?
“Heel belangrijk. Het gaat om jou maar wat ik heb meegekregen is dat het van bovenaf wordt opgelegd door je ouders of de pastoor. Er wordt van je verwacht dat je de regels volgt en de rituelen uitoefent zonder dat je daar vragen bij stelt. Dan denk ik, dit instituut is er toch voor mij, het is toch niet andersom?” 

Heb je ooit echt geloofd in God?
“Het was een soort van gegeven. Ik heb er in mijn pubertijd mee gebroken en vervolgens wilde ik er ook helemaal niks meer mee te maken hebben. Maar toen ik halverwege de dertig was, kwam ik in een periode dat ik het met mijn werk even niet meer wist. Ik was overspannen, de hele tijd hysterisch aan het werk en ik deed veel te veel dingen tegelijk. Toen ik een burn-out kreeg ben ik gestopt met werken en toen kwamen er heel veel vragen omhoog; wat wil ik, waarom leef ik, wat is het doel van alles. Ik heb toen besloten om in vijf weken tijd van Frankrijk naar Santiago de Compostella te gaan lopen, een tocht die heel erg verbonden is met het geloof. In die periode heb ik vrede gesloten met die boze puber die zich afzette tegen de kerk. Tijdens die tocht heb ik ook verschillende Anglicaanse priesters ontmoet. Hele leuke gasten waar ik veel gesprekken mee heb gevoerd. Eén priester gaf me de zegen en de boodschap “jij mag in die kerk zitten, ook als je niet ter communie wil gaan.”

Wat deed dat met je?
“Dat voelde als een goedkeuring. Want een kerk is ook maar gewoon een gebouw wat er ooit neer is gezet en het is er voor iedereen. Wat zoiets moois en fijns is eigenlijk. Rond die tijd werd ik ook steeds nieuwsgieriger naar mediteren. Ik ben toen voor het eerst naar Thailand gegaan naar een boeddhistisch klooster. Dat heeft echt mijn leven veranderd. Er was een voor en een na dat moment. Dat is nu ruim zes jaar geleden. Die leraren van daar, dat zijn nog steeds mijn leraren, elk jaar doe ik een retraite, ik mediteer elke dag en met de Nederlandse mensen die ik in Thailand heb ontmoet komen we elke twee weken bij elkaar, dat is mijn religie.”

Dus je hebt een nieuwe vorm gevonden?
“Ja. Stilte is voor mij belangrijk, het is een middel om bij mezelf te komen en meer naar binnen te gaan. Vipassana is de inzicht meditatie, de leer van Boeddha. In het boeddhisme gaat het heel erg over jou als mens en over jouw ontwikkeling. Het heeft mij verzacht en ik word minder uit het lood geslagen door de moeilijke dingen in het leven. Door de handvaten die ik in Thailand heb gekregen lukt het me om dichter bij mezelf te blijven en om om te gaan met de moeilijke dingen in het leven zoals dood, verdriet, boosheid, aversie tegen wie dan ook, agressie van buitenaf en welke vorm van verlies dan ook. Je krijgt tools. Dat is zo fijn, praktisch en bruikbaar want als het te zweverig wordt dan haak ik af.” 

Ja dat herken ik wel. Onze ooms en tantes en opa’s en oma’s vonden in het klassieke geloof hun regels en houvast, iets wat vandaag de dag steeds schaarser is, maar wat ik bij mezelf merk en bij mensen om me heen is dat we het niet helemaal alleen kunnen. Je hebt iets nodig wat je begeleid of advies geeft.
“Klopt, want we gaan altijd twijfelen. Mijn boeddhistische leraren zeggen dat ook. Je hebt goede vrienden nodig met wie je je twijfels kunt delen. Het is belangrijk dat je jezelf herkent in anderen, dat maakt je sterk. Boeddha schijnt gezegd te hebben dat het hebben van goede, spirituele vrienden het allerbelangrijkste is in het leven. 

Mijn ooms en tantes zijn inmiddels allemaal oud maar die keken op tegen instanties. Hun is geleerd dat je je mond moet houden en dat het niet om jou gaat. In onze huidige maatschappij gaat om wel jou. Dus het is ook niet zo gek dat we nu naar binnen kijken, hulp zoeken en onszelf de vraag stellen; maar wie ben ik dan?.” 

Eva Geurdes