Geluk - Gast(s)preek Jacqueline Duurland (Filosofiefabriek)

Volgens Aristoteles, die 4 eeuwen voor Christus leefde, streven alle mensen hetzelfde doel na: een geslaagd leven.

Het Griekse woord voor ‘geslaagd leven’ luidt ‘eudaimonía’, ook vertaald met ‘geluk’. En dan gaat het niet om de korte kick, maar om het leven dat als geheel geslaagd is.

Aristoteles onderscheidt 3 soorten geluk:

Wanneer je hard werkt en iets presteert waarvoor je erkenning van anderen krijgt, dan ervaar je geluk. Hoe je bent in de ogen van anderen is daarin dus essentieel.

Daarnaast bestaat een gelukkig leven uit aangename gevoelens (eten, drinken, seks, reizen, van kunst genieten, etc.). Alles wat op die manier lust verschaft, noemen de Grieken hèdonè, waarvan ons woord hedonisme is afgeleid.

Als derde manier om gelukkig te worden noteert hij de behoeftebevrediging van theoretische nieuwsgierigheid (verbanden kunnen leggen, wetmatigheden kunnen aantonen, schrijven, lezen).

Recapitulerend: erkenning, aangename gevoelens en studeren leiden tot geluk.

De Stoïcijnen, die één generatie na Aristoteles opkwamen, maar die we het best kennen uit de Romeinse tijd, waren het niet met Aristoteles eens. Je moet je juist niet afhankelijk maken van de erkenning door anderen. Besteed die aandacht liever aan de karaktervorming van jezelf.  

Gelukkig leven is maar op één manier te bereiken. Je moet psychisch gezond zijn, dapper en daadkrachtig zijn, op een stijlvolle manier ellende kunnen verdragen en je kunnen aanpassen aan wisselende situaties. En je moet goed zorg dragen voor je eigen lichaam en alles wat daarmee te maken heeft, maar niet krampachtig (als je je geluk zoekt in gezondheid kan een neusverkoudheid je al ongelukkig maken). Schenk aandacht aan de dingen die het leven kleur geven, zonder iets bepaalds op een voetstuk te zetten (het idee dat je een passie moet hebben, zou de stoïcijnen doen gruwen). Je moet gebruik maken van de gaven van Fortuna, maar er niet van afhankelijk worden. Heb je het geluk bezit te hebben of een fijne partner of kinderen, geniet er dan van in de wetenschap dat het je door het lot ook weer afgenomen kan worden, dus hecht je er niet aan.

Kortom: zorg goed voor je geest en je lichaam, zonder te overdrijven en maak je niet afhankelijk van de oordelen van anderen. Stel je flexibel op (beter buigen dan barsten) en wees onaangedaan. En temper alle emoties die je uit je evenwicht zouden kunnen halen. 

Epicuristen, die rond dezelfde tijd als de stoïcijnen opkwamen, zijn hedonisten en streven aangename gevoelens na. Maar waar de hedonist van 2018 het mateloze genieten nastreeft (babyboomers: we gaan genieten!), zijn de Epicuristen nu juist de filosofen van het maat houden en het prioriteiten stellen: door met mate te genieten (het lijkt wel een drankreclame) maak je je minder afhankelijk van anderen, dan ben je autarkisch (zelfvoorzienend).

In zijn brief over het geluk schrijft Epicurus onder andere over zijn liefde voor de filosofie en het belang van vriendschap.

Echte vrienden, zo zegt hij, heffen onze eenzaamheid op, bevestigen onze identiteit en schenken ons  onvoorwaardelijke genegenheid. Dat waren nog eens vriendschappen!

En vrijheid noemt hij onbetaalbaar. Hoe eenvoudiger we leven, hoe meer vrijheid we hebben. Moderne epicuristen hebben een moestuin en kopen hun kleding in de kringloopwinkel. Ze zouden het basisinkomen een prima idee vinden.

Er is geen betere remedie tegen angst dan goed nadenken. Leer je eigen behoeften kennen. Onderzoek de redelijkheid van je verlangens. Het nadenken lost misschien niet het probleem op, maar het helpt wel tegen verwarring, verdringing en verbazing: onrustige gevoelens, die de psyche uit haar evenwicht halen.

De filosoof Schopenhauer schreef in de 19e eeuw een aantal leefregels op om een zakboekje van te maken met de titel Eudämonologie: de kunst om gelukkig te zijn. Dit onvoltooide boekje, dat in fragmenten in de nalatenschap werd aangetroffen en dat later is uitgegeven, bevat 50 leefregels die ons inzicht verschaffen in hoe je gelukkig kunt worden. Dit had men niet achter Schopenhauer gezocht: Wat heeft de meester van het pessimisme ons in godsnaam te vertellen over gelukzaligheid?  Hij citeert Aristoteles: “Niet genot, maar de afwezigheid van pijn streeft de verstandige mens na.”

Aha, we moeten al blij zijn als we niet ongelukkig zijn.

Schopenhauer ziet ons als een willend wezen waar een structurele ontevredenheid zit ingebouwd.

De horizon die we willen bereiken schuift op bij elke stap dat we er dichterbij lijken te komen. We verlangen, begeren, willen – dat is onze menselijke bestaanswijze - en dat houdt nooit op. Minder willen, het domein verkleinen is nog het beste.

Ook citeert hij de stoïcijn Seneca: “Vermijd afgunst – je zult nooit gelukkig zijn als het je kwelt dat een ander gelukkiger is.”

Stervelingen, zegt Schopenhauer, verschillen onderling van elkaar op 3 punten:

In wat je bent – in wat je hebt – en in wat je voorstelt (in de ogen van anderen). Bezit en wat anderen van je vinden zouden volgens Schopenhauer maar 10% van ons geluk uitmaken. Wat je bent, daar gaat het om. Werk dus aan je lichamelijke en geestelijke gezondheid, raadt hij ons aan.

“Jonge mensen geloven dat de wereld een verblijfplaats van het geluk is” en dat wanneer je het geluk niet vindt, dit te wijten is aan je bekwaamheid het te zoeken. In de tweede helft van het leven streef je ernaar zo weinig mogelijk pijn te hebben en te hoeven lijden. Aangezien dat laatste bereikbaarder is, leidt de tweede levenshelft tot meer tevredenheid.

In de huidige cultuur wordt wel een onderscheid gemaakt tussen duurzaam geluk (plezier beleven aan wat je doet) en verslavend geluk (het najagen van status en succes). In onze accelererende cultuur zijn we vooral met dat laatste bezig.

De accelererende cultuur is een begrip dat geïntroduceerd is door de Deense psycholoog-filosoof Svend Brinkmann. We moeten ons de hele tijd aanpassen aan nieuwe technologieën, de nieuwste smartphones, de nieuwste computersystemen. Er zijn herstructureringen op het werk en dan zijn er ook nog trends in bijvoorbeeld mode en voedsel. Omdat we het nauwelijks allemaal kunnen bijbenen, richten we ons op coaches en op zelfhulpboekjes die ons vooral beloven dat het lezen ervan ons weer grip geeft op het leven, zodat we succesvol en gelukkig zullen worden.

We vallen ten prooi aan de tirannie van de positiviteit. Als we lijden, rouwen of verdriet hebben, moeten we tegenwoordig van mening zijn dat het een leerzame en verrijkende ervaring is. Geluk dreigt een culturele eis te worden, in plaats van iets wat op ons pad komt.

Brinkmann verwijst naar de stoïcijnen: “in plaats van de huidige positieve visualisatie (denk aan alles wat je graag wilt bereiken!) adviseren de stoïcijnen negatieve visualisatie (wat gebeurt er als je kwijtraakt wat je hebt?).

Vraag je aan een filosoof wat geluk is, dan kom je vaak de term gemoedsrust tegen. Dat is misschien minder jubelend dan een gevoel van gelukzaligheid, maar deze ‘windstilte van de ziel’ maakt dat we ons minder zorgen maken, waardoor we relaxter worden en beter slapen. Dat heeft een positieve werking op onze lichamelijke en geestelijke gezondheid. En juist de nieuwste geluks-onderzoeken wijzen uit dat de psychische gezondheid cruciaal is om gelukkig te kunnen zijn. 

Veel slapen dus, en een teveel aan prikkels en oordelen van anderen zoveel mogelijk uit de weg gaan. Wat dat betekent voor Instagram, mag je zelf invullen. En het fijne van ‘echte vrienden’ is natuurlijk ook duidelijk. Bedenk eens hoe goede gesprekken met echte vrienden kunnen bijdragen aan je geestelijke gezondheid! Investeer liever in vrienden dan in coaches, zegt Brinkmann.

En als het allemaal niet lukt, dan heb je altijd nog de filosofie, want een beetje nadenken en verbanden leggen, daar word je immers ook gelukkig van!

© Jacqueline Duurland, Filosofiefabriek

Eva Geurdes