“Het leven tussen twee culturen maakt mij tot een gelukkig mens” Een interview met Yesim Candan

De Turks-Nederlandse publicist Yesim Candan heeft een missie. Ze wil mensen inspireren en verbinden en mengt zich daartoe regelmatig in het publieke debat. Haar boodschap: geluk is maakbaar. Iedereen heeft een droom, maar je moet er wel zelf voor werken.

Op 6, 7 en 17 september verzorgt Yesim de gastspreek in onze theatrale dienst Multiculti Happinez. Alinde ging alvast met haar in gesprek over de relatie tussen geluk, cultuur en religie, en ontdekte in Yesim een feministische powervrouw die de kracht van twee culturen in zichzelf verenigt en overal het positieve in ziet.

Wat betekent geluk voor jou?

Schermafbeelding 2018-08-14 om 14.00.43.png

Geluk heeft voor mij te maken met twee dingen. Allereerst geloof ik dat je je eigen geluk bepaalt, dat je het kunt afdwingen. Ik geloof in visualisatie, focus en positief denken. De voetballer Ronaldo doet dat ook, die zegt positieve dingen tegen de bal voordat hij schiet. Alles wat je aandacht geeft groeit, dat heet zelfcreatie. Hoe meer positieve dingen je denkt, hoe meer positieve dingen er op je af komen. Ten tweede heeft geluk voor mij met religie te maken, met bijgeloof. Ik geloof dat alles een reden heeft in het leven, niet op wereldniveau maar wel op microniveau. Dat helpt om dingen te accepteren en je niet onnodig schuldig te voelen. Dus geluk komt voort mij voort uit de combinatie van zelfcreatie enerzijds en het geloof dat alles met een reden gebeurt anderzijds. Een groot deel van het leven kun je zelf bepalen, en de rest gebeurt met een spirituele reden waar je op de een of andere manier ook weer iets aan zult hebben. 

Waarom noem je religie bijgeloof?

Religie is onaantastbaar, ongrijpbaar. Je kunt het niet verklaren, je hebt gewoon een sterk gevoel erbij. Ik ben gelovig op een hele vrije manier, ik geloof niet in regels. Ik ben niet godsdienstig opgevoed door mijn ouders, maar mijn oma’s hebben me iets van religie bijgebracht. Als kind werd ik best wel aan m’n lot overgelaten door mijn ouders en ik verloor toen ik negen was mijn beste vriendinnetje Olivia aan een verkeersongeluk. Wij staken altijd samen de weg over, en één keer toen ik daar niet bij was is ze overleden. Religie geeft in zo’n situatie kracht en hoop. De gedachte dat alles om een reden gebeurt, heeft mij enorm geholpen om hiermee om te gaan.

Ik zie de Islam als iets waar ik symbolen en rituelen uit kan putten. Vogels zijn bijvoorbeeld boodschappers: uilen en zwarte vogels als het teken van de dood. Iedere keer als ik een zwarte vogel zie, gaat er iemand dood. Ik heb een boekje met symbolen van de islam, er zijn er nog veel meer. In onze cultuur is het heel normaal dat je luistert naar tekens. Als een samenwerking in je werk niet lukt, is het bijvoorbeeld een teken dat je ermee moet stoppen. 

Welke gebruiken bestaan er in de Turkse cultuur die te maken hebben met geluk?

Héél veel. We doen bijvoorbeeld aan doping: na veertig dagen word je als moeder en als kind gewassen met rijst, stenen en geld als een vorm van reiniging. De Turkse cultuur is constant bezig met geluk via dit soort rituelen. Wij zeggen ook bij alles ‘bon chance’. In het Nederlands zeggen we ‘veel succes’, maar dat is meteen zo zwaar. ‘Veel geluk’ vind ik een mooiere wens, het klinkt veel positiever.

Winkeliers in Turkije wassen iedere ochtend de stoep met water voor geluk, in de hoop op een goede toestroom van klanten. En als je op reis gaat met de auto gooien we water achter de auto voor geluk. Ook hangt in ieder ziekenhuis, ministeriegebouw, restaurant of bedrijf het blauwe oog dat beschermt tegen het boze oog. Ik geloof heel erg in dat symbool, sinds ik kinderen heb nog meer. Met mijn kinderen doe ik samen dankbaarheidsgebedjes voordat ze gaan slapen, en dan sturen we liefde naar mensen die het nodig hebben of ziek zijn. Mijn kinderen vinden zulke rituelen heel fijn, daardoor voelen ze zich beschermd.

Welke gelukstradities bestaan er in de Islam?

De ramadan heeft alles te maken met dankbaarheid en dus met geluk. Ik vast niet ieder jaar, maar als ik het doe ben ik zo intens dankbaar voor alles wat ik heb. Dat ben ik de rest van het jaar nooit op die manier. Het suikerfeest en offerfeest horen bij de ramadan. Sommige Nederlanders vragen kritisch waarom ik dat vier als ik niet gevast heb. Ik snap daar niets van, in Nederland viert toch ook iedereen kerst? In Turkije viert iedereen op dezelfde manier het suikerfeest, of je nu gevast hebt of niet. Het is een feest waarbij je de hele dag op bezoek gaat bij familie en bij iedereen langs hopt. Het offerfeest vindt twee maanden na de Ramadan plaats. Daarbij wordt een schaap geslacht en bij wijze van ritueel wordt het bloed op je voorhoofd gesmeerd voor geluk. Vervolgens wordt er samen van het vlees gegeten en wordt er uitgedeeld aan de armen. Ik heb daarvan geleerd dat je geluk moet delen. Als ik naar Turkije ga, geef ik mijn geld in no time uit aan de armen. Ik geloof in die zin in karma: hoe meer je deelt, hoe meer je krijgt. Ik blijf uit de buurt bij gierige mensen, want die kunnen ook hun geluk niet delen. Zelf word ik juist blij en gelukkig van het delen. 

In de Islam kun je natuurlijk ook bidden voor meer geluk. Ik ga soms naar de moskee om te bidden. Maar ik vind het niet kloppen dat mannen en vrouwen gescheiden moeten bidden, in dat opzicht ben ik echt feministisch. In het geloof is voor mij iedereen gelijk. Op begraafplaatsen ligt toch ook iedereen naast elkaar, waarom zouden we dan in leven gescheiden van elkaar moeten worden?

In een interview op Nieuwwij omschrijf je het geluk van het leven tussen twee culturen.[1]Hoe zie je dat? 

Twee is meer dan één! Ik ben positief ingesteld, ik vind het een rijkdom dat ik uit beide culturen kan putten en dat ik dingen uit beide culturen kan vergelijken met elkaar. Turken zijn bijvoorbeeld extreem emotioneel, terwijl Nederlanders dat totaal niet zijn. Die vergelijking vormt mij tot wie ik ben, ik heb altijd twee referentiekaders. Ik omschrijf mezelf daardoor als een gelukkig persoon, ik zou dat niet willen missen. 

In een column in de Volkskrant omschrijf je een vorm van hokjes-denken: ‘Mensen willen duidelijkheid over je identiteit zodat ze direct een analyse van je kunnen maken.’ Denk je dat dat gegeven geluk in een multiculturele samenleving in de weg staat?[2]

Zeker, dat maakt alles zo klein. Ik geloof helemaal niet in hokjes, maar juist in een stromende beweging. Als mens ben je zoveel dingen tegelijk, maar men wil vaak dat je kiest welke rol je vertegenwoordigt. Waarom zou je altijd moeten kiezen? Dat belemmert, ik wil mensen inspireren dat dat niet hoeft. De jonge generatie is daar al ruimdenkender in, door social media kun je veel meer kanten van jezelf laten zien en is de wereld meer verbonden met elkaar. Jongeren willen veel minder geframed worden. Tegelijkertijd er is ook een groep Turkse-Nederlandse jongeren die juist beïnvloed wordt door die druk om in een hokje te passen. Zij gaan zich steeds Turkser voelen en gedragen. Daar maak ik me zorgen over. Ik denk dan: je bent hier geboren, creëer je eigen geluk hier! Het lijkt alsof ze vastzitten tussen twee culturen en constant in strijd zijn met zichzelf. Dan kun je nooit geluk vinden. Het leven is zo kort, maak er iets moois van! Iedereen heeft een droom, maar je moet er wel voor werken om die te realiseren.

In de Volkskrant schrijf je dat de ‘pleur op’ opmerkingen van Rutte Turks-Nederlandse jongeren in de armen van Erdogan drijven. Wat zou er moeten veranderen in onze politiek?

Er is in mijn beleving nog nooit een politieke partij in Nederland geweest die heeft gezegd: jullie zijn een meerwaarde voor ons, jullie doen ertoe. Dat vind ik kwalijk. Daarmee wil ik niet zeggen dat de politiek niet streng mag zijn en niet mag eisen dat we ons aan de Nederlandse regels houden als we hier wonen. Sterker nog: ik ben daar zelf ook heel streng in en vind het heel belangrijk om je aan te passen. Maar dat kan alleen als politici óók duidelijk aangeven dat de Turks-Nederlandse inwoners belangrijk zijn, dat ze erbij horen. Bijvoorbeeld door het belang te benoemen dat onze voorouders hebben bijgedragen aan het opbouwen van de Nederlandse economie. Daarin mis ik inspirerend leiderschap in Nederland. Rechtse partijen roepen ‘pleur op’ en linkse partijen vinden het zielig en gaan thee met ze drinken. Dat werkt allebei averechts. 

Waarin kan de Nederlandse cultuur leren van de Turkse cultuur?

Ik vind de Nederlandse cultuur soms keihard. Nederlandse ouders vinden bijvoorbeeld dat kinderen al jong moeten leren omgaan met teleurstellingen. Op het schoolplein kunnen moeders glashard een kind weigeren om te komen spelen. Ik vind dat een vorm van buitensluiting waarvan ik niet snap dat je dat een kind zou willen leren. Zo liefdeloos dat ik er buikpijn van krijg. Laat een kind gewoon kind zijn! Nederlanders hebben buitensluiting in mijn ogen echt uitgevonden. Ik zou nooit een kind laten huilen, ik wil kinderen gelukkig maken. Mijn eigen kinderen leer ik dat je nooit iemand mag buitensluiten, dat iedereen welkom is. Turken zouden dan ook nooit een gast weigeren. Het nadeel daarvan is echter wel dat Turken soms over hun eigen grenzen gaan in het zorgen voor elkaar.

In mijn micro-omgeving probeer ik anderen vanuit die Turkse zorgende traditie te inspireren. Laatst heb ik bijvoorbeeld Turkse linzensoep meegenomen voor iemand die geopereerd was. Mensen zijn dan heel verbaasd, maar ze waarderen het enorm. Het is zo simpel om te delen en een beetje geluk te brengen. Daardoor vergeleek iemand mij laatste met Amélie uit de film. Omdat ik net als zij graag iedereen gelukkig wil maken. 

 

[1]https://www.nieuwwij.nl/interview/yesim-candan-wildersen-baudets-niet-altijd-tactisch/

[2]https://www.volkskrant.nl/columns-opinie/houd-ze-vast-met-liefde-en-leiderschap~b98ca3f2/

Eva Geurdes